vervolg van from CWI: the first console wars…
Atari vs. de wereld: 1-0, maar de spurt is nog maar net begonnen en Fairchild Camera and Instrument Corporation wil ook deelnemen…
Fairchild Camera and Instrument Corporation had misschien weinig ervaring met ‘caféspelen’, zoals een aantal andere gamepioniers, maar was zeker geen groentje op elektronicavlak. Ze stond aan de wieg van computerchips en semi-conductors en zorgde er mee voor dat Silicon Valley de bakermat werd van de elektronica ontwikkeling in de VS.
In 1976 waagt Fairchild zich op de thuisgamemarkt met hun VES (Video Entertainment System), later hernoemd als Channel F om een onderscheid te maken met Atari’s VCS (zie verder).
Simpel gesteld: dit is de eerste console waar het spel los ervan verkocht wordt!
Hun console is gebaseerd op een in-huis gemaakte microprocessors F8 en gebruikt als eerste console ROM-cartridges, gebaseerd op de geïntegreerde (silicone) circuits van Robert Noyce, later oprichter van Intel.
De ‘dedicated consoles’ (consoles toegewijd aan een enkel spel: consoles die maar 1 spel speelden), zijn op dat moment voorbijgestreefd.
Net als Fairchild, baseerde ook Atari zijn volgende console op de zich in sneltempo ontwikkelende computertechnologie. Met semi-conductorchips en ROM-cartridges brengt Atari een nieuwe generatie gameconsoles op de markt. Sinds 1973 sleutelde Atari aan ‘Stella’ (werktitel) maar ging hiervoor de mosterd buitenshuis halen. Cyan engineering (ex-werknemers van Ampex), wordt ingehuurd door Atari om als denktank met een nieuwe technologie op de proppen te komen. (Volgens 1 bron wordt Cyan engineering snel opgekocht door Atari en krijgt het de naam Grass Valley Research Center, naar het Californische plaatsje waar ze gelegen zijn).
De Atari Stella ontwikkelt zich dus parallel met de Channel F van Fairchild maar moet deze laatste in 1976 voor laten gaan. De nieuwe Atari is gewoon nog niet klaar, er zijn geen fondsen genoeg.
Om dat te verhelpen verkoopt Bushnell Atari aan Warner Communications voor 28 miljoen dollar, behoudt zijn functie, en bekomt zo de broodnodige fondsen om de productie af te ronden. Stella zal uiteindelijk op de markt komen als Atari VCS (Video Computer System) en ook Sears Video Arcade (exclusief voor Sears) in 1977.
Omdat VCS en VES heel gelijkaardige namen zijn herdoopte Fairchild zijn console tot Channel F. Ook Atari
zal later een naamsverandering doorvoeren: de VCS is eigenlijk de Atari 2600.

In 1978 is ook Magnavox terug van de partij met de Odyssey². Magnavox maakt ondertussen deel uit van Philips en de Odyssey² (in Europa: Philips Videopac G7000, Videopac, Radiola Jet 25, Schneider 7000 of Siera G7000) doet het dan ook vooral in Europa goed. De Odyssey² had als enige van zij generatie een keyboard en maakte het dus mogelijk zelf games te programmeren en was gekend om zijn educatieve spelen. Een gebrek aan (echte) spellen houdt Magnavox/Philips weg van een echte concurrentie positie. Ed Averett werd legendarisch omdat hij het merendeel van alle games voor Odyssey² maakte. 24 games voor het systeem op vier jaar tijd. Met K.C Munchkin (zie onder) krijgt Magnavox een proces voorgeschoteld door Atari, dat deze laatste in beroep wint. De vergelijking met een ander eet-spel was te snel gemaakt.
Met de Odyssey² die in de VS niet veel voorstelde, waren enkel Fairchild en Atari in een geduchte strijd verwikkeld op de ‘nieuwe generatie’ consolemarkt. De strijd was er echter eentje van zwemmen of verzuipen: de markt werd overspoeld door dedicated consoles waar iedereen nog snel van af wou (aan dumpingprijzen). Omdat de initiële verkoopsuccessen uitbleven ging Warner meer en meer het beleid binnen Atari gaan bepalen en Bushnell verliet in 1878 dan ook zijn geesteskind. Een jaar later verkoopt Fairchild Channel F (met een opvolger in the pipelines) aan Zircon, maar kan deze pionier niet meer kan redden.
In 1979 begon de markt dan toch open te bloeien en moet Atari pas echt de strijd aangaan met enkele geduchte concurrenten.
